Deze maand in 'Kerk in de Stad'

KERK IN DE STAD
negentiende jaargang nummer 11 van vrijdag 20 januari

*
voorpagina Kerk in de Stad


ZORGPASTOR GERRIT KRUL STOPT MET ZIJN WERK

Bijna de laatstgeborene ‘op Zuilen’

Met een lach vertelt Gerrit Krul het me. Hij is geboren ‘op Zuilen ’zoals echte Utrechters dat zeggen. In 1953, kort voordat Zuilen door Utrecht geannexeerd werd. In de geboorteregisters is het te zien: na hem is en nog één geboren. Jammer eigenlijk dat hij niet helemaal de laatste was. Maar toch!
Ik zit met Gerrit Krul te praten in zijn mooie huisje aan het Pieterskerkhof waar hij al vele jaren woont met zijn echtgenoot Peter. De aanleiding voor het gesprek is minder leuk. Om gezondheidsredenen moet hij stoppen met het werk dat hij de laatste zeven jaar met hart en ziel gedaan heeft. Pastoraal werk en voorgaan in diensten in verzorgingshuizen.
Dat begon een aantal jaren in het Bartholomeus Gasthuis (het ‘Barthelomeetje’ zeggen alweer die echte Utrechters), daar kwam huize Tolsteeg bij, en ook het Huis aan de Vecht maakte de laatste tijd van zijn diensten gebruik. Bij de laatste twee werkte hij in dienst van Axioncontinu, respectievelijk twaalf en acht uur. Ondertussen viel het Bartholomeüs Gasthuis af na een directiewisseling.

Ook voor de PGU heeft Gerrit Krul enkele keren op contractbasis gewerkt ten dienste van het ouderenpastoraat. Aan Tolsteeg is hij nu nog een half jaar verbonden, maar werken is er niet meer bij: hij heeft nog ongeveer zes maanden vakantie tegoed.
Zes maanden vakantie tegoed? Hoe kan dat?
“Ach, jij weet als emeritus-dominee ook wel dat ze wel kunnen zeggen dat je aan aantal uren hebt, maar hoe gaat dat in de praktijk? Het worden vaak veel meer uren. Ik had recht op vakantie natuurlijk, maar die vakantie schoot er vaak bij in. Meer dan twee weken gingen we eigenlijk niet weg. En dan ligt het toch voor de hand dat je de mensen weer opzoekt? Als je dan gevraagd wordt een uitvaart te leiden, doe je dat toch? Rond Pasen en Kerst maak je ook veel meer uren.

Verpleegkundige
De opmerkzame lezer heeft aan je geboortejaar vast al gezien dat je niet zo jong met dit werk begonnen bent. Wat deed je voordien?
Toen ik 17 jaar was ben ik begonnen met werken. Ik kwam in de opleiding tot verpleegkundige in het Stads- en Academisch Ziekenhuis. Daar ben ik veertien jaar geweest. Daarna in het Oudenrijn Ziekenhuis, vervolgens ben ik Utrecht vier jaar ontrouw geweest door in het Bleulandziekenhuis in Gouda te werken. Ik ben ook altijd kerkelijk betrokken geweest: een tijd lid van de kerkenraad van de Domkerk, zelfs een jaar voorzitter. Tegenwoordig ben ik wat meer betrokken op de Nicoalaikerk, waar ik me erg prettig voel en waar ik ook wel eens in een dienst voorga. Deze band is ontstaan door mijn werk in Tolsteeg, dat ik deed met een zending vanuit de Klaaskerk.

In 1996 ben ik overgestapt van de ziekenzorg naar de ouderenzorg. Ik heb daar verschillende functies in gehad van opnamefunctionaris (Swellengrebel) tot locatiemanager. Dat laatste in Tuindorp-Oost. In 2003 kwam daar een eind aan en werd mij geadviseerd om theologie te gaan studeren om in de geestelijke verzorging terecht te komen. Iemand zei dat ik daar erg geschikt voor leek en het leek me wel wat. Na enige oriëntatie is dat de HBOopleiding bij Windesheim in Zwolle geworden. Ik heb daar zo’'n vier en een half jaar over gedaan. Tijdens mijn studie werkte ik parttime in het Batholomeus Gasthuis als opnamefunctionaris. In 2006 mocht ik Ali van der Schrier opvolgen als geestelijk verzorger van dat Huis. Ali heeft mij toen in een bomvolle Smeezaal ‘in de bediening gesteld’ en ingezegend.
Je bent dus een ‘late roeping’.
Ja - en tot mijn vreugde is het zover gekomen. Ik heb ongelofelijk mooie jaren gehad. Werken met mensen is zo fantastisch. Je voelt je weliswaar in dit werk altijd tekortschieten, maar tegelijkertijd ervaar je dat mensen het erg op prijs stellen. Dat komt denk ik omdat er dan echte aandacht voor ze is, dat ze hun verhaal kwijt kunnen, dat je samen kunt zoeken naar hoe het verder kan met hun leven.”

Bezoeken
“De bezoeken zijn zo belangrijk. Ik denk wel eens dat de top niet of nauwelijks door heeft wat het voor mensen betekent en dat die aandacht om het zo te zeggen zijn geld echt opbrengt. Ook de bijbel/gesprekskringen hebben hun intrinsieke waard. En de diensten die zijn mijn lust en leven! Ook diensten van Schrift en Tafel , waarin ik kon voorgaan in de huizen... . Ik vind het dan ook erg moeilijk dat ik nu noodgedwongen stop. De gezondheidsproblemen - een onbehandelbare nekhernia - begonnen in 1998 en nu gaat het helaas niet meer. Ik ga nu eerst proberen tot rust te komen en als ik wat uitgerust ben kan ik misschien toch nog wat diensten doen. Wellicht ook een enkele kring. Maar dan als vrijwilligerswerk. En jij weet net zo goed als ik dat vrijwilligers uitermate belangrijk zijn in dit werk. Ik voel dan ook een bescheiden trots dat mede door mijn toedoen vorig jaar zes kerkelijke vrijwilligers in de huizen met Koninginnedag een onderscheiding gekregen hebben!”

Als ik naar huis fiets herinner ik me hoe vrijwilligers die ik van tevoren raadpleegde, vol waardering over Krul spraken. Na dit gesprek begrijp ik waarom. Jammer dat het hem niet gegeven is dit werk nog voort te zetten.

Piet Warners


REPRISE ‘MATTERS OF THE SOUL’

Avond van de aandacht

Valentijnsdag, 14 februari, staat internationaal bekend als de dag van de aandacht. Vooral jongeren doen hier veel aan. Zo ook in Utrecht, waar vorig jaar in de Pniëlkerk het idee ontstond om een wijkavond te organiseren onder het motto ‘Matters of the Soul’ – vrij vertaald: ‘zaken die je ziel raken’. Wegens het succes van 2011 wordt dit herhaald, op dinsdagavond 14 februari in buurtcafé Kopi Susu aan de J.P. Coenstraat 69, hartje Lombok.

In de via internet verspreide uitnodiging aan al degenen die vorig jaar op de Matters of the Soul-avond waren, schrijven de organisatoren: “Valentijnsdag is dé dag waarop geliefden elkaar extra aandacht geven. Liefde heeft aandacht nodig, anders verdort het en sterft. Maar ook je lijf heeft aandacht nodig, anders holt het achteruit. Zonder aandacht voor je ziel raak je burn out. Aandacht is onmisbaar voor geluk en leven.”

Eddy Lie
De Utrechts-Indische dichter Eddie Lie (zie pagina 2) heeft zijn bijdrage aan de jongerenavond in Lombok toegezegd, evenals violist Joep Belien. Zij laten op de ‘avond van de aandacht’ gedichten en muziek horen met ‘aandacht’ als centraal thema. Ook is er een discussiespel: kun je je aandacht sturen? Oude monniken in de woestijn geven tips voor stadsbewoners anno 2012. Muziek van deze tijd wijst de weg. Hapjes en drankjes zijn gratis.

“Waarom wordt vooral jouw aanwezigheid op prijs gesteld?”, schrijven de jongeren van de Pniëlkerk aan de hele wijk: “Omdat je lid bent van de kerk, van jouw kerk. En dat betekent niet dat we belerend met elkaar willen praten, maar juist dat we bij Matters of the Soul inspiratie en diepgang zoeken. En die vinden we graag samen met jou. Je kunt komen om te luisteren en geïnspireerd te raken, maar je mag ook zelf actief meedoen aan een spel dat jouw kijk op aandacht, stad en God ter sprake brengt. We houden door het jaar heen meer van dit soort avonden in cafés. Ons bevalt dat in elk geval erg goed.”

Het programma op dinsdagavond 14 februari in Kopi Susu begint om acht uur en duurt tot tien uur. Aanmelden vooraf wordt op prijs gesteld, dat kan bij Pieter van Winden 06-1217 1113, e-mail: pieter. Op de facebook-fanpage Pniël Utrecht staat meer informatie. Gewoon komen!

Peter van der Ros


‘VROUWEN VOOR HET VOETLICHT’ IN MUSEUM CAHTHARIJNECONVENT

Martelaressen, poetsengelen en predikantes

‘Mejuffrouw Zernike te horen preken, geeft de indruk dat de vrouw even goed geschikt is voor het predikambt als de man’, schreef een Friese krant over de eerste vrouwelijke predikant van Nederland. Op 5 november 2011 was het precies honderd jaar geleden dat Anne Zernike werd bevestigd tot doopsgezind voorganger en voor het eerst de kansel betrad in het Friese dorp Bovenknijpe. Deze bijzondere gebeurtenis is voor Museum Catharijneconvent Utrecht aanleiding om met de tentoonstelling ‘Vrouwen voor het voetlicht’ uitgebreid aandacht te besteden aan de rol van vrouwen in de kerk. De tentoonstelling is te zien van 31 maart tot en met 24 juni.

De tentoonstelling ‘Vrouwen voor het voetlicht’ laat zien op welke wijze vrouwen zich hebben ingezet voor de kerk van het jaar nul tot nu: martelaressen, heiligen, kluizenaressen, nonnen, kloppen, abdissen, moeders, diaconessen, Graalvrouwen, pastoorshuishoudsters – ook wel ‘poetsengelen’ genoemd -, pastoraal werksters, domineesvrouwen en vrouwelijke dominees.

De verhalen en ervaringen van historische en hedendaagse vrouwen staan centraal. Welke keuzemogelijkheden hadden zij? Hoe vervulden zij hun rol en wat inspireerde hen? En hoe ziet de toekomst eruit voor vrouwen in de kerk? De bezoeker zal verrast worden door de prachtige kunstwerken die de vrouw in beeld brengen, van middeleeuwse schilderijen tot eigentijdse foto’s. Diverse kunstwerken, afkomstig uit musea en privécollecties, zijn niet eerder of slechts zelden tentoongesteld.

Primeur
Het is voor het eerst dat een zo brede overzichtstentoonstelling wordt ingericht over de uiteenlopende manieren waarop christelijke vrouwen zich hebben ingezet voor de kerk. Hoewel vrouwen lange tijd werden geacht niet het woord te nemen of een publieke rol te vervullen, voelden zij zich wel geroepen om zich met hart en ziel in te zetten voor de kerk. Bij de één lag de nadruk op het eigen gezin, de ander richtte zich op het geven van onderwijs en zorg voor de naasten. Sommige vrouwen schonken belangrijke bezittingen aan de kerk, anderen regelden, en regelen nog steeds, allerlei praktische zaken voor het houden van kerkdiensten: het poetsen van zilver, het schrobben van de kerkvloer en het verzorgen van de aankleding van het kerkgebouw voor de vieringen.

Bijbelse vrouwen vormden vaak hun inspirerend voorbeeld. Door het tonen van schitterende en ontroerende werken brengt Museum Catharijneconvent al die vrouwen rondom de kerk voor het voetlicht. De op haar zondags geklede kerkgangster met een boek vol zilverwerk naast de huisvrouw voorlezend uit de kinderbijbel. Van eenvoudig stovenzetstertje tot voorganger in vol ornaat. Speciaal voor de tentoonstelling portretteert fotografe Lucia Ganieva vrouwelijke voorgangers in al hun veelkleurigheid.

De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis en Passage, christelijk-maatschappelijke vrouwenbeweging. De websites met meer informatie: www.aletta.nu en www.passagevrouwen.nl.

(persbericht)


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
...En nog veel meer themaverhalen en andere artikelen zijn te lezen en te bekijken in het rijk geïllustreerde kerkblad van en voor Utrecht, Kerk in de Stad. Het is een uitgave van de PGU en een jaarabonnement kost slechts 25 euro.

(Betalende) leden van de Protestantse Gemeente Utrecht ontvangen Kerk in de Stad elke twee weken - 's zomers met een verschijniningsfrequentie van vier weken - gratis, hoewel een vrijwillige bijdrage in de kosten van dit informatieve blad op tabloidformaat wordt gevraagd.

Een overzicht van de recentelijk gepubliceerde artikelen kunt u hier downloaden.



Kerk in de Stad Magazine

Uit den Hof-IV

Adriaan, Emma, Hanneke, Hester, Jan, Jan Willem, Jojanneke, Maarten, Marrit en Sander hebben zich vijf jaar geleden als theologiestudenten voorgesteld aan de lezers van Kerk in de Stad. Geraakt door het evangelie en door mensen zijn ze hun studie begonnen aan de Protestantse Theologische Universiteit in Utrecht. De redactie heeft hen gevraagd te vertellen wat in de tussentijd op hun weg is gekomen en welke keuze ze na hun studie hebben gemaakt. Hoe gaat het met ze, hoe heeft hun geloofsbetrokkenheid een weg gevonden in kerk en samenleving? Dat vertellen de jonge theologen in deze serie, deel vier van ‘Uit den Hof’ waarin achtereenvolgens hoogleraren, studenten en predikanten in eerdere jaargangen van Kerk in de Stad aan het woord kwamen. Achtereenvolgens kwamen dit leesseizoen aan het woord: Marrit Bassa, Jan Willem van Dijk, Jojanneke Dekker, Adriaan van Klinken en Hester Radstake. In dit nummer: Maarten Diepenbroek. Coördinator van deze vierde Uit den Hof-serie (studenten, hoogleraren en predikanten in I-III) is Arie Moolenaar.


‘DAN BEN JE INEENS DOMINEE IN EEN ZEEUWS DORP’

De lofzang gaande houden

Als dit nummer van Kerk in de Stad verschijnt, is het al weer drie jaar geleden dat ik als dominee in Burgh ben bevestigd. Deze bevestiging vond plaats op 8 februari 2009 in het kerkje van Burgh, een mooi gebouw uit de zeventiende eeuw, in de gemeente Burgh-Haamstede, een dorp dat jaarlijks door veel toeristen wordt bezocht.
Dan ben je ineens dominee, op een dorp, in Zeeland. Een hele overgang, van het stadse leven in Utrecht naar dat in een dorp. Van het studentenleven naar het werken als dominee. Maar je groeit er naar toe. Ik ben er langzaam in gegroeid. Als je mij tien jaar geleden had verteld dat ik nu dominee zou zijn in Zeeland, dan zou ik je glazig hebben aangekeken. Theologie ben ik gaan studeren, omdat ik zo graag wilde studeren. De studie theologie voelde - zeker in het begin - als een soort speeltuin: al die prachtige vakken, van filosofie tot iconografie, van Indische Godsdiensten tot Liturgiek. Er ging een wereld voor mij open. Ik genoot daarvan.

Pas tegen het einde van de studie, toen ik stage ging lopen, kwam het werken in de kerk in beeld. Ik werd leervicaris in de Exoduskerk in Sommelsdijk op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Wat een bijzondere tijd was dat. Schoorvoetend maakte ik mijn intrede in de gemeente, maar na een paar dagen ontdekte ik dat dit werk bij mij past: werken met mensen, in de gemeenschap die de kerk vormt. Ds Teun Verduijn was bovendien een geweldige leermeester. Hij heeft mij geleerd dat ik mijn liefde voor kerkmuziek niet onder stoelen of banken hoef te steken, maar dat het juist een wezenlijk onderdeel van mijn predikantschap is. Ook zijn liefde voor mensen werkte aanstekelijk op mij.

Van stagiair tot vicaris
De stageperiode in Sommelsdijk werd verlengd in een aanstelling als vicaris (hulppredikant). Het was voor mij een leerzame tijd, om naast de predikant in deze gemeente te werken. Ik heb zo kennis kunnen maken met bijna alle facetten van het werk. Ook vormde het een soort overgangstijd. Ik bleef nog een beetje student in Utrecht en aan de andere kant was ik ook in de gemeente actief. En toen kwam de advertentie uit Burgh op mijn weg. Het is echt op mijn pad gekomen en het was een logisch vervolg op mijn tijd als vicaris in Sommelsdijk.

Het woord kerkmuziek is al gevallen. De muziek maakt een groot deel uit van mijn werk. Ik besteed veel aandacht aan de liturgische vormgeving van de diensten. In de kerk in Burgh is gelukkig veel ruimte voor een zingende predikant.

‘Koffie met noten’
Ook in het kringwerk krijgt muziek een plaats. Een leerhuis over de cantates van Bach, bijvoorbeeld. Een bijzondere kring is ‘koffie met noten’. Iedere eerste vrijdagmorgen van de maand staat in de kerk de koffie klaar. Na de koffie, zingen we samen liederen. Ik zorg zelf voor een aantal liederen die passen bij de tijd van het jaar, maar de deelnemers dragen ook zelf liederen aan. Het zijn altijd bijzondere momenten. De muziek roept van alles op: levensverhalen, lief en leed worden gedeeld. Soms zijn na het zingen van een lied ook gewoon even stil en laten we de ruimte van de kerk op ons inwerken.

Nu lijkt het misschien of ik vooral een muzikale dominee ben. Maar het mooie van dorpspredikant vind ik de vele facetten van het werk: pastoraat, catechisatie, kringwerk, beleidswerk, enzovoort. Je kunt je op allerlei gebieden ontwikkelen en op hele verschillende manieren mag je zichtbaar zijn in de gemeenschap. Bij hoogte- en dieptepunten van het leven, komt de kerk in beeld, zoals bij rouw- en trouwdiensten. In vind het altijd bijzonder dat op dit soort momenten in het leven ik vanuit die geloofsgemeenschap iets kan bijdragen. Onze gemeente heeft bovendien twee gezichten.
Een zomer- en een wintergezicht. In de zomerperiode zijn hier veel toeristen en dat merken we ook in de kerk. Het geeft een heel bijzondere dynamiek aan het kerkelijk leven. In de winter zijn we weer, zoals ze dat hier zeggen, ‘onder mekaar’. Ook die dorpssaamhorigheid heeft haar charmes.

Utrecht
Wat heb je nog aan Utrecht? Dat is de laatste vraag die Arie Moolenaar mij mailde. Ter voorbereiding op dit artikel zocht ik het interview van vijf jaar geleden nog eens terug. Er kwam letterlijk van alles boven uit die doos waarin ik allerlei dingen uit die tijd heb bewaard. Foto’s van verschillende activiteiten van het dispuut ‘Excelsior’. Toen ik als nieuweling in Utrecht kwam, was het lidmaatschap van dit theologisch gezelschap de manier om thuis te raken op de faculteit. Ook kijk ik met warme gevoelens terug op mijn tijd in het studentenhuis ‘De Stadhouder’.

Het duurde even voordat ik mij in Utrecht ook theologisch thuis voelde. Maar de vriendschappen die in die tijd zijn ontstaan, zijn onbetaalbaar. De liturgische diensten uit de Domkerk zijn nog steeds voor mij bepalend. Nou is natuurlijk Burgh de Domkerk niet… Maar toch werkt mijn Utrechtse tijd door in het vieren in het kerkje van Burgh. Het zijn allebei heilige ruimtes, waar wij de lofzang gaande houden!

Maarten Diepenbroek